Sinds 1984 een begrip in Arnhem

Interview met Wil en Elise Boom - door Jochem Naafs 3 april 2012

Wil en Elise Boom wonen boven hun dansstudio in Arnhem. Beiden hebben een achtergrond in turnen. Nadat Wil op jonge leeftijd naar Zuid-Afrika emigreerde, zijn ze samen in hun twintiger jaren naar Nederland verhuisd. Hier begonnen ze met hun dansopleiding aan de Dansacademie Arnhem, Elise was 25 en Wil 28 jaar. Hun droom om samen een dansschool te starten kwam in 1984 uit.

Elise heeft 10 jaar bij Introdans gewerkt als danseres en repetitor, Wil werkte bij Djazzex als balletmeester en repetitor en bij Opera Forum als choreograaf. Beide werkte ook op de vooropleiding dans van het conservatorium in Enschede. Wil werkte daarnaast als choreograaf op de vooropleiding van de Dansacademie Arnhem. Elise werkte enkele jaren als coördinator van de vooropleiding van de Dansacademie in Arnhem.

Wil en Elise hebben nog steeds in Arnhem theater/dansstudio – On Y Danse – met meerdere meisjes-en vrouwenklassen van 4 tot 60 jaar en vijf jongensgroepen. Daarnaast hebben ze nog tien jongensklassen in onder andere Nijmegen, Elst, Groesbeek en Epe.
Vanaf de jaren 90 gaf Wil jongenslessen waar onder andere zijn zoon en vriendjes aan meededen. Elf jaar geleden besloot hij om bewuster jongensklassen in te richten naar de behoeften van jongens. Met name omdat jongens een andere energie hebben dan meisjes. Wil deed aan scouting van jongens voor de vooropleiding dans van het Conservatorium in Enschede en de Dansacademie Arnhem. Het bleek dat veel jongens tijdens of na hun eerste jaar al afhaakten. De tijd en moeite die hij stak in deze jongens bleek vaak verloren. Daarom richtte Wil de stichting Boys Action op.

Inmiddels bestaat Boys Action uit ongeveer 45 jongens verdeeld over 4 niveaus in de leeftijd van 8 tot 20 jaar. Deze jongens zijn uit de reguliere lessen geselecteerd om op zaterdagochtend in de studio's van ArtEZ extra les te krijgen in techniek(voorbereidend ballet),moderne dans, break dance, acrobatiek en het instuderen van choreografieën voor het jaarlijkse voorstelling in de schouwburg.

Ontwikkeling
Jongens hebben behoefte aan bewegen. Dit is onderdeel van hun lichamelijke en emotionele ontwikkeling. Maar de ontwikkeling verloopt anders dan bij meisjes. De fijne motoriek loopt bij jongens soms wel zes jaar achter ten opzichte van meisjes, de grove motoriek van jongens loopt daarentegen juist voor. Dit is dan ook de insteek bij de jongensklassen van Wil Boom. Urban dance is niet de enige manier om deze behoefte te vervullen. Het kan ook door middel van Russische en Hongaarse volksdans, turn elementen en ook moderne dans. Wil vergelijkt de volksdansen ook met hiphop en breaking. De Kozakken dansten op zachte laarzen en hadden de neerwaartse beweging die je herkent in breaken, waarbij de danser naar beneden bewegen op de beat. De Hongaren droegen juist harde laarzen en hadden een opwaartse beweging in de beat, net als hiphopdansers.

Wil en Elise willen met de training op zaterdagen de jongens een open visie op dans geven door ze kennis te laten maken met verschillende stijlen. Doel is uiteindelijk wel een theatrale invulling: het is dans voor op het toneel. De lessen die ze geven gaan uit van academische technieken, maar de voorstellingen zijn vanuit het moderns dans idioom georiënteerd. In de lessen komen ook break dance, acrobatiek en stretchoefeningen aan bod. Om de jongens te inspireren, stimuleert Wil en Elise het kijken naar en uitproberen van dansmateriaal op internet en van met name op YouTube. Voor hen is dit een van de manieren om aan te sluiten bij de cultuur van de jongens. Een andere is het gebruik van actuele muziek, geen popmuziek, maar wel muziek die herkenbaar is voor de jongeren.

Competitie
Wil en Elise gebruiken vaak wedstrijdelementen in hun lessen, door bijvoorbeeld de lessen af te sluiten met een battle. Zo stimuleren ze de jongens om te performen en voor publiek te dansen. Volgens hen is dat trouwens een van de positieve facetten van breakdance. Daarnaast noemen zij autodidactiek, behendigheid en improvisatie als krachtige elementen van breakdance. De wil om zelf te leren en de manier van het delen van kennis door peer educators en in battles zorgt voor een actieve leerhouding. Waar je in academische techniek vooral leert om bepaalde bewegingen en houdingen perfect uit te voeren door te kopiëren, leer je in breaken om je fouten direct op te lossen en dat stimuleert de behendigheid van de dansers. Dat maakt ze creatiever, flexibeler en behendiger.

Wil en Elise starten hun lessen met een warming up met veel voortbeweging en een serie stretchen. Ze besteden veel aandacht aan de motoriek van de jongens tijdens de verschillende onderdelen van de lessen.. Zo laten ze hen ook veel in de ruimte bewegen. Verder maken ze de jongens bewust van dansen voor publiek door af te sluiten met een battle.

De jongens komen bij Boys Action en andere groepen vooral via mond-tot-mond-reclame of via vrienden of broers die al dansen en daar enthousiast over zijn. Daarnaast komen er jongens kijken naar de voorstellingen. Dat kan zijn omdat ze iemand kennen uit de jongensgroep, maar ook omdat hun zusje danst en ze zo ook de voorstellingen van de jongens zien.

De uitgangspunt van Wil en Elise is om dans toegankelijk te maken voor iedereen, maar zeker ook voor jongens.

Structuur
Jongens houden van structuur, dat zie je ook in sporttrainingen terug: die zijn eigenlijk altijd hetzelfde. Dat geldt ook voor de lessen van Wil. Dat doe je door herhalingen en een systematische opbouw van elementen in verschillende niveaus. Door een specifieke beweging te trainen en pas als dat perfect is een volgende stap te zetten. Dans draagt bij aan de persoonlijkheidsontwikkeling van de jongens en draagt ook bij aan sociale en maatschappelijke vorming van de jongens. Dat betekend dat de jongens ook in de lessen zich aan de geldende omgangsvormen en afspraken moeten houden. Respect is belangrijk; dat zie je terug in de battles. In battles en in de lessen zitten ritualistische elementen die vergelijkbaar zijn met bijvoorbeeld de martial arts. Ook humor maakt een belangrijk onderdeel uit van de jongenslessen.

Voor en tijdens de pubertijd richten de lessen zich met name op persoonlijkheidsontwikkeling, basiscoördinatie en spierontwikkeling. Vanaf ongeveer hun 15e zie je een spurt in die ontwikkeling. Pas dan kunnen Wil en Elise werken aan de fijne motoriek en meer perfectie. Eigenlijk zie je bij meisjes te weinig aandacht voor de grove motoriek. Hoewel Wil en Elise wel voorstellingen maken met zowel jongens als meisjes krijgen zij pas vanaf een jaar of 17, 18 gemengd les.

Complimenten
Op de vraag waarom jongens gaan dansen, antwoord Wil dat in de basis iedere man goed wil kunnen dansen. Dat goed kunnen is van wezenlijk belang: mannen willen zich volgens hem niet blootstellen in de leer fase. Ze willen direct goed zijn. Daarom is het ook van belang om juist jongens veel complimenten te geven. Ze moeten zich psychisch goed voelen. In een Amerikaans artikel las hij dat je hun knulligheid moet omarmen, zodat je ze zelfvertrouwen meegeeft. Rolmodellen en televisieprogramma's helpen ook. Die tonen jongens dat ook mannen/jongens stoer kunnen dansen.

De jongens die gaan dansen bij een van de groepen van Wil dwingen over het algemeen respect af bij hun omgeving. Op vraag wat de achtergrond is van de jongens die komen dansen, vertellen Wil en Elise dat die heel breed is. De meeste jongens die komen dansen blijven lang. Pas rond het 3e of 4e jaar van de middelbare school verlaten veel jongens de lessen, om zich op school te richten, op werk of op andere zaken. De jongens die op zaterdagen bij Boys Action dansen blijven meestal tot ze hun middelbare school af hebben gemaakt. Inmiddels zijn er ook al vier jongens afgestudeerd aan een van de dansacademies in Nederland en werkzaam als professional.